Waarom blijven protonen en neutronen bij elkaar?

Een atoom bevat protonen, neutronen en elektronen. De kern van een atoom bestaat uit gebonden protonen en neutronen (nucleonen). De negatief geladen elektronen worden aangetrokken door de positief geladen protonen en vallen rond de kern, net zoals een satelliet wordt aangetrokken door de zwaartekracht van de aarde. De positief geladen protonen stoten elkaar af en worden niet elektrisch aangetrokken of afgestoten naar de neutrale neutronen, dus je kunt je afvragen hoe de atoomkern aan elkaar plakt en waarom protonen niet wegvliegen.

De verklaring waarom protonen en neutronen aan elkaar plakken, staat bekend als 'de sterke kracht'. De sterke kracht wordt ook wel de sterke interactie, kleurkracht of sterke nucleaire kracht genoemd. De sterke kracht is veel krachtiger dan de elektrische afstoting tussen protonen, maar de deeltjes moeten dicht bij elkaar zijn om ze aan elkaar te kleven.

Hoe de sterke kracht werkt

Protonen en neutronen zijn opgebouwd uit kleinere subatomaire deeltjes. Wanneer protonen of neutronen dicht genoeg bij elkaar komen, wisselen ze deeltjes (mesonen) uit, die ze aan elkaar binden. Zodra ze gebonden zijn, kost het veel energie om ze uit elkaar te halen. Om protonen of neutronen toe te voegen, moeten de nucleonen ofwel met hoge snelheid bewegen ofwel moeten ze onder grote druk samen worden gedwongen.

Hoewel de sterke kracht elektrostatische afstoting overwint, stoten protonen elkaar af. Om deze reden is het meestal gemakkelijker om neutronen aan een atoom toe te voegen dan om protonen toe te voegen.